Cijfers bijensterfte

bijen

2/03/2018

 

In september 2016 startte het FAVV het project HEALTHYBEE, met als doel de bijengezondheid te monitoren, objectieve cijfers over bijensterfte te bekomen en te trachten de voornaamste oorzaken hiervan te identificeren.
De derde en laatste bezoekreeks van het project werd in september 2017 voltooid en de statische analyse van de resultaten is afgerond.

In totaal werden 193 imkers met in totaal 865 bijenkolonies een jaar lang opgevolgd tijdens 3 verschillende bezoekreeksen in het najaar 2016 en tijdens het voorjaar en de zomer van 2017.

Sterfte

De gemiddelde wintersterfte 2016-2017 bij de opgevolgde bijenstanden bedroeg 27,9%. Dit percentage overstijgt de 10% wintersterfte die bij honingbijen als normaal en aanvaardbaar wordt beschouwd. De gemiddelde seizoenssterfte tijdens het seizoen 2017 bedroeg 3,72%.

Risicofactoren

Bijensterfte is een multifactorieel probleem waarbij bijenziekten (de varroamijt, Amerikaans en Europees vuilbroed, Nosema), de aanwezigheid van chemische residuen, het verarmen van het voedselaanbod (stuifmeel en nectar) en de combinatie van deze factoren het meest als oorzaak worden vernoemd.

Bij de start van het project werd bij elke opgevolgde kolonie de varroabesmetting gemeten. Er kon een significant verband aangetoond worden tussen het besmet zijn met de varroamijt en het optreden van bijensterfte. Hoe meer varroamijten aanwezig op de winterbijen, hoe groter de kans is dat deze de winter niet zullen overleven. Dit onderstreept nogmaals het belang van een tijdige en correct toegepaste varroabestrijding door alle imkers.

In het voorjaar werd elke nog in leven zijnde kolonie onderzocht op de aanwezigheid van de darmparasiet Nosema. Statistisch onderzoek kon geen significant verband aantonen tussen het besmet zijn met Nosema en het optreden van bijensterfte.

Bij 81 imkers werd een monster van het bijenbrood (stuifmeel) genomen voor residu-onderzoek. In 78 stalen kon minstens 1 residu worden aangetoond. Op basis van de aangetroffen concentraties werd een risicoquotiënt bepaald om te bepalen of de aangetroffen residuen een verhoogd risico voor de bijen konden opleveren. In geen enkel van de onderzochte monsters werd dit risico als ‘verhoogd’ beoordeeld.

Toekomst

Het FAVV zal de resultaten van het HEALTHYBEE-project 2016-2017 voorleggen aan het Wetenschappelijk Comité voor een grondige analyse (identificeren van de mogelijke oorzaken van sterfte) zodat ook aanbevelingen ter verbetering van de bijengezondheid (adviezen omtrent de bestrijding van bepaalde bijenziekten, de goede bijenteeltpraktijken, enz.) en voor een verdere bewaking van de bijengezondheid kunnen opgesteld worden.

Halfweg 2017 werd beslist om de monitoring van de bijengezondheid onder te brengen in het meerjarige controleprogramma van het FAVV. Deze monitoring maakt deel uit van het Federaal Bijenplan 2017-2019.

Het FAVV bedankt hierbij alle betrokken partners: het nationaal referentielaboratorium voor bijengezondheid CODA, het laboratorium voor zoöfysiologie van de UGent, de assistenten voor de bijenteelt en alle deelnemende imkers.

Voor verdere informatie kan u terecht op de bijenteeltpagina’s van de FAVV-website:
www.favv.be > professionelen > dierlijke productie > dieren > bijenteelt > dierengezondheid - bijen > HealthyBee

 

Bron: https://portal.prpro.be/#/nl/detail/68288/bijengezondheid%253a%2520het%2520favv%2520communiceert%2520de%2520resultaten%2520van%2520het%2520healthybee-project%25202016-2017

Terug naar overzicht